Zelfconfrontatie

In november 2024 was ik terug op een bijzondere plek. Het was op een vakantiepark op de Veluwe waar ik vaak was geweest, maar de laatste keer was al weer jaren geleden. Ik was er niet alleen op vakantie om uit te rusten en van de schitterende natuur te genieten. Mijn bezoek had ook een andere reden: zelfconfrontatie.

Ik had dezelfde bungalow geboekt waar ik de eerste keer dat ik op het park was geweest had verbleven. Dat was op dat moment al veertien jaar geleden. De natuur was nog steeds even mooi en het vakantiehuis was inmiddels gerenoveerd. Ik had weer vogelvoer en pinda’s gestrooid in de tuin bij het huisje. Ook had een vorige huurder van de bungalow een pot vogelpindakaas achtergelaten in de heg. De vogels en de eekhoorns wisten al snel de tuin weer te vinden.

Ik dacht terug aan veertien jaar eerder, najaar 2010. Het ging heel slecht met mij: ik was lichamelijk en geestelijk volkomen op, ik had een burn-out. Maar er was toen meer met mij aan de hand en dat heeft mij bijna klein gekregen.

Al maanden had ik nauwelijks geslapen. Ik had gemerkt dat ik moeite had met een aantal dingen waardoor ik vast was gelopen. Ik wist niet waar het door kwam en wat ik er aan kon doen. Ook waren in de jaren er voor enkele mensen overleden die dichtbij mij stonden. Daarnaast waren er nare gebeurtenissen van lang geleden die ik had onderdrukt en nog niet had verwerkt. In mijn hoofd was een strijd aan de gang, een strijd tussen positieve en negatieve gedachten. De negatieve gedachten hadden op subtiele wijze aan terrein gewonnen en ze hadden de overhand gekregen. Van mijn positieve gedachten was nog maar een minieme hoeveelheid over. En de positieve gedachten dreigden het te gaan verliezen…

Mijn positieve gedachten konden er niet meer uit: ze waren omsingeld door mijn negatieve gedachten. Er waren maar twee opties over: overgave of vechten. Ik was er inmiddels zo slecht aan toe dat het mij allemaal niets meer kon schelen. Ik wilde mij overgeven aan de negativiteit. Totdat ik de natuur om het vakantiehuis zag.

Weer werd ik getroffen door hoe mooi de natuur op de Veluwe was, dat er toch nog mooie dingen in de wereld zijn. Ik herinnerde me de allereerste keer dat ik op de Veluwe was in de zomer van 1978. Was het daarna niet beter gegaan toen ik naar een andere school was gegaan? Zou het nu ook weer beter kunnen worden? Misschien had ik op de vragen die ik had simpelweg nog geen antwoord en moest ik dat nog uitvinden?

Vlak voordat ik indertijd naar de Veluwe ging, overleed een bekend persoon die uit het leven was gestapt. Uit de reacties op zijn overlijden van mensen die hem persoonlijk hadden gekend bleek dat er veel mensen waren die hem heel aardig hadden gevonden. Het zette mij tot nadenken: ook al gaf ik niets meer om mijzelf, er waren nog steeds anderen die van mij hielden. Ik werd mij er eveneens van bewust dat er mensen waren waar ik zelf nog steeds van hield.

Het restant positiviteit in mij won ineens weer aan kracht. Mijn leven staat op het spel! Niks overgave, vechten! Ik wil verder! En met alle wilskracht die ik nog in mij had, kwam mijn positiviteit in verzet tegen de overmacht aan negativiteit en wist stand te houden.

Het werd een keerpunt. Er gebeurde iets bijzonders: ik kon ineens weer slapen. Ik droomde heel heftig door het langdurige slaapgebrek, maar ik knapte er wel van op. In de weken en maanden na het verblijf op de Veluwe zette dit patroon zich voort. Mijn positieve gedachten begonnen daarbij steeds sterker te worden en gingen in de tegenaanval op de negatieve gedachten. Geleidelijk wist ik uit de greep van de negativiteit te ontkomen.

Drie en een half jaar later later ging ik uitzoeken wat mij allemaal dwars zit en had gezeten. Op de eerste uitputtende dag bij de psychologen en psychiaters kreeg ik te horen dat ik ADHD heb. Er was daarnaast een vermoeden van autisme en dat werd een jaar later inderdaad bij mij vastgesteld. Er werd mij die eerste dag echter nog iets anders verteld. Ik had het al die tijd al gedacht, maar de strijd die zich een paar jaar eerder in mijn hoofd had afgespeeld had een naam: depressie. De psychologen en psychiaters vertelden mij ook dat ik er inmiddels van af was gekomen.

Er zijn veel verschillende vormen van depressie die op even verschillende manieren behandeld moeten worden. Voor sommige vormen zul je medicijnen moeten innemen, misschien wel voor de rest van je leven. Voor de depressie die ik heb gehad geldt dat niet, ik heb er op een andere manier mee kunnen afrekenen. Het had alleen waarschijnlijk wel beter geweest als ik hulp had gezocht. Psychiaters kunnen precies vaststellen met wat voor depressie je te maken hebt en hoe die behandeld kan worden.

Dat is het moeilijke aan een depressie en soortgelijke condities: er rust een taboe op. Ik heb indertijd aan niemand verteld hoe verschrikkelijk ik mij voelde, zelfs de mensen die privé dicht bij mij staan niet. Ik had het misschien mijn naaste familieleden en mijn beste vrienden wel kunnen vertellen. Maar mijn verhaal delen met mijn toenmalige werkgever? Dat had waarschijnlijk geen goed idee geweest.

Een andere moeilijkheid is dat mensen zich zo beroerd kunnen voelen door een depressie dat ze niet meer geholpen willen worden. Dat heeft bij mij eveneens een rol gespeeld. Ik was heel ver heen, ik zag het niet meer zitten en ik wilde dat het ophield. Ik heb ontzettend geluk gehad dat er toch nog een stukje in mij zat dat zich niet gewonnen heeft gegeven.

Het is soms heel lastig voor anderen om mensen met depressies te helpen: je kunt niet altijd aan mensen zien dat ze depressief zijn. En net als ik vroeger, willen ze dat niet altijd vertellen. Soms maken ze zelfs grappen terwijl ze zich van binnen afschuwelijk voelen. Dat deed ik zelf ook toen ik depressief was: ik verzon de bijnaam ‘punkmeesjes’ toen ik nog niet wist dat de vogels kuifmezen heten.

Hoewel ik mijn depressie heb overwonnen, heb ik er jarenlang niet met anderen over kunnen praten. De laatste jaren ben ik er open over geworden, al schrikken anderen soms wel van mijn verhaal. De herinneringen waren alleen nog steeds heel moeilijk voor mij. En er was maar één manier om daar wat aan te doen…

In november 2024 ging ik opnieuw een confrontatie aan. Was het eerst het gevecht tussen mijn positieve en negatieve gedachten, nu moest ik afrekenen met de pijnlijke herinneringen aan mijn depressie. Ik wilde liever niet denken aan deze nare periode in mijn leven, maar uit ervaring weet ik dat onderdrukken van herinneringen gevaarlijk is. Het bezoeken van plekken waar ik ooit iets ergs heb meegemaakt, helpt mij bij de verwerking. Dat heb ik al eens eerder gedaan met mijn burn-out door het strand op te lopen bij Kijkduin. De herinneringen komen dan omhoog uit mijn geheugen en ik kan er met de blik van nu naar kijken, hoewel er tegelijkertijd een hoop emoties vrijkomen. Met mijn burn-out was het al gelukt, nu was mijn depressie aan de beurt.

Het was erg heftig en ik ben vaak verdrietig geweest terwijl ik aan de depressie terugdacht, maar naar die plek op de Veluwe teruggaan heeft mij heel veel geholpen. Bijzonder eigenlijk dat ik zelfs tijdens mijn depressie nog steeds de natuur mooi had gevonden. Het is mijn redding geweest. Zonder depressie geniet ik er uiteraard veel meer van. Het ligt nu al jaren achter mij en het is niet meer teruggekomen omdat er nu geen voedingsbodem meer is. Ik heb in die veertien jaar de gebeurtenissen kunnen verwerken die mij hadden dwarsgezeten en ik heb de antwoorden gevonden waar ik naar op zoek was geweest. Ik hoop dat ik nu door mijn verhaal te delen anderen kan helpen.

Het bovenstaande verhaal kan misschien hard binnenkomen bij sommige mensen. Voel je je depressief, zie je het niet meer zitten en wil je daar met anderen over praten: bel dan 113 of 0800-0113 (gratis), of ga naar http://www.113.nl.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.