Waarom ik liever geen ADHD’er of autist genoemd wil worden

Vaak word ik door andere mensen aangeduid met ADHD’er of autist. Dat gebeurt niet alleen door mensen die het niet hebben, maar tevens door mensen die het net als ik ook hebben. Sommige mensen staan er zelfs op om zo genoemd te worden. Zelf ben ik het daar niet mee eens en ik wil liever niet zo genoemd worden. Daar heb ik mijn redenen voor en die zal ik hieronder uiteenzetten.

Ik ben al vanaf jonge leeftijd een buitenbeentje doordat ik sommige dingen extra goed kan, maar eveneens andere dingen niet zo goed kan. Andere mensen zijn daardoor geneigd om je in bepaalde hokjes te willen stoppen. Hoewel ik zelf ook behoorlijk rechtlijnig kan zijn met sommige dingen, heb ik een afkeer van het onnodig denken in hokjes gekregen. Bij mij heeft het individualisme zich sterk ontwikkeld. Nu ik de diagnoses ADHD en autisme heb, voel ik nog steeds niet de behoefte om mij in een hokje te laten stoppen. Ik kan overigens wel begrijpen dat andere mensen dit anders kunnen zien.

Mensen hebben over het algemeen de neiging om andere mensen – en zichzelf ook – in precies één categorie in te delen. Dat betekent dat als ze mij ADHD’er noemen doorgaans voorbij gaan aan het autisme en vice versa. Meestal denken ze ook dat als ze iemand gecategoriseerd hebben dat ze dan ook meteen de handleiding hebben voor hoe ze met je om moeten gaan. Ze vergeten dan dat iedereen verschillend is.

Ook taalkundig vind ik het niet kloppen. Het gebruik van de term ADHD’er suggereert dat iemand lid is van de politieke partij ADHD. En de aanduiding autist lijkt er weer op dat iemand een volgeling is van de filosofie autisme. ADHD en autisme zijn echter allebei ontwikkelingsstoornissen, dat wil zeggen aangeboren aandoeningen. Het zijn geen dingen waar ik op stem of waar ik voor gestudeerd heb. De aanduidingen klinken daarom voor mij totaal niet.

De makers van de DSM (handboek voor psychiatrie) hebben jarenlang krampachtig geprobeerd om mensen bij exact één diagnose in te delen. Hoewel er op de huidige versie 5 van het handboek ook wel wat aan te merken valt, vind ik dat ze één ding goed hebben gedaan wat betreft ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD en autisme: een persoon kan meerdere diagnoses krijgen. Hierdoor worden alle symptomen nadrukkelijk benoemd die iemand heeft en sluiten diagnoses elkaar niet meer uit.

ADHD en autisme zijn belangrijke onderdelen van mijn persoonlijkheid, maar ik ben het niet. Ik ben ook gevormd door de ervaringen die ik heb verzameld en dat proces gaat nog steeds door. Daarom wil ik niet als ADHD’er en autist gezien worden, maar als een persoon die ADHD en autisme heeft.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.